• contrast
  • lettergrootte
    Om de pagina makkelijker te lezen kunt u de pagina vergroten, door in Windows Control met + toets in te drukken (op macOS is het Command met + toets).

Waar kunnen wij jou mee helpen?

Veelgebruikte zoektermen

Van dagelijkse agressie tot lachen om slang Harry: zo ziet het echte werk in de intensieve gehandicaptenzorg eruit

Bron: artikel Brabants Dagblad – door Miranda van Houtum

Foto: Roel van der Aa

 

Rosmalen 3 november 2026 – De NPO-serie Zoals het komt: 100 dagen in de gehandicaptenzorg legt de rauwe werkelijkheid van de intensieve gehandicaptenzorg bloot. Bij zorgorganisatie Cello herkennen begeleiders én ouders de dagelijkse zoektocht, de onmacht en de onvoorwaardelijke liefde als geen ander.

 

In de televisieserie loopt programmamaker Nicolaas Veul honderd dagen mee op een afdeling voor zeer intensieve zorg. Voor Wouter Langenhoff en Ursula Lammers, beiden coördinerend begeleider bij Cello, is de tv-reeks een en al herkenning.

 

Cello ondersteunt 2500 cliënten. Ze wonen op een zorgpark in Vught, Rosmalen of Haaren of gewoon in de wijk. Cliënten van alle leeftijden komen uit de regio’s Den Bosch, Bommelerwaard, Haaren, Best en Oirschot.

 

Wouter en Ursula werken dagelijks met volwassenen van 19 tot 66 jaar met EVB+: een ernstige verstandelijke beperking gecombineerd met moeilijk verstaanbaar gedrag. „Het zijn eigenlijk baby’s en kleuters in een volwassen lichaam, soms met driftbuien, maar wel met dezelfde behoeften als wij”, legt Wouter uit. Hij werkt op een woongroep. „Ze willen actief bezig zijn, contact maken met mensen, ontspannen en zich bovenal veilig voelen.”

 

Een voorspelbaar dagprogramma biedt daarbij houvast. „We hebben een klusgroep, halen afval en post op en doen boodschappen. Zoveel mogelijk alledaagse dingen”, vertelt Ursula, die al 23 jaar bij Cello werkt, op dit moment bij de dagbesteding. „Het ene moment gaat dat supergoed, het andere moment vliegen de afvalbakjes door de lucht.”

 

Signalen lezen

Een gewoon gesprek voeren met hun cliënten is vaak onmogelijk. Communiceren gebeurt met losse woorden, korte zinnen, pictogrammen, gebaren en mimiek. Het kost al snel een heel jaar voordat begeleiders een nieuwe cliënt goed kunnen ‘lezen’. „Soms zie je aan het zenuwachtig schuiven met de voeten onder de tafel dat er een escalatie dreigt”, legt Ursula uit. „Of iemand wordt heel lastig en blijkt achteraf simpelweg diarree en buikpijn te hebben.”

 

“Ze moeten weten dat je er altijd voor ze bent: als het leuk is, maar ook als het moeilijk wordt” (Ursula Lammers, coördinerend begeleider Cello)

 

Het werk vergt dus vooral engelengeduld, scherpe antennes en bouwen aan een diep vertrouwen. „Ze moeten denken: zo doet hij dat altijd met mij”, zegt Wouter. Ursula: „En ze moeten weten dat je er altijd voor ze bent: als het leuk is, maar ook als het moeilijk wordt.” Want als de spanning bij de cliënten oploopt, ontlaadt die zich rauw. Spugen, haren trekken, schoppen en slaan zijn geen zeldzaamheid.

 

Dagelijkse agressie

Begeleiders dragen een veiligheidssysteem op hun portofoon en volgen speciale weerbaarheidstrainingen. „We maken dagelijks wel een vorm van agressie mee”, vertelt Ursula. Wouter vult aan: „De eerste keer schrik je. Soms zeggen mensen dat het erbij hoort, maar we mogen het nooit normaal gaan vinden.”

 

Vooral in vakantieperiodes met veel invallers loopt de druk soms op: cliënten raken snel van slag als hun vertrouwde gezichten ontbreken en zijn blij als hun eigen begeleiders weer terug zijn.

 

“Als hij een keer met een stoel gooit, verdwijnt die stoel niet uit de kamer” (Anja Boterblom, moeder van Cas)

 

Hoe ontwrichtend die werkelijkheid is voor gezinnen, weet Anja Boterblom uit Nieuwendijk. Haar zoon Cas (23) woont op een woongroep van Cello. Tot zijn elfde woonde hij thuis met zorg aan huis, maar de situatie werd onhoudbaar. Cas at zeep, kleedde zich steeds uit en liep weg. „Hij had een duidelijke structuur nodig in een instelling. Het besluit om hem uit huis te plaatsen was verdrietig, maar we hadden geen keus. De thuissituatie leed eronder en zijn jongere zusje kreeg niet de aandacht die ze verdiende, omdat we altijd met Cas bezig waren.”

 

Lange zoektocht

Toen Anja de tv-documentaire zag, dacht ze direct: ‘O jeetje, wat heftig.’ Pas door het scherm besefte ze hoe extreem de situatie thuis was geweest en hoe ze daarin waren meegegroeid. Na een lange zoektocht waarin de ouders moesten knokken, vond Cas bij Cello eindelijk zijn plek. „Op zijn huidige woongroep kan hij zijn wie hij is, en staat niet alleen zijn probleemgedrag centraal. Als hij een keer met een stoel gooit, verdwijnt die stoel niet meteen uit de kamer.”

 

“Hij neemt graag zijn (nep)slang ‘Harry’ mee naar de Albert Heijn om mensen te laten schrikken” (Ursula Lammers)

 

Om het weekend komt Cas naar huis in Nieuwendijk. Omdat hij snel overvraagd raakt, ligt overprikkeling steeds op de loer. „Je moet precies weten wat wel en niet kan, hoe je hem begrenst zonder daarin door te slaan”, legt Anja uit. Dat hij nu op de juiste plek zit, brengt onbetaalbare rust. „Dat is stikbelangrijk. De zorgen verdwijnen nooit helemaal, maar we hebben nu wel weer ons eigen leven.”

 

Eigen rituelen

Ondanks de zwaarte benadrukken begeleiders én ouders dat de mooie momenten overheersen. Er is ook ontzettend veel humor. Zo heeft Cas zijn eigen rituelen waarmee hij begeleiders vaak aan het lachen maakt.

Ursula: „Een stevige high five, bepaalde woordjes of korte zinnetjes. En hij neemt graag zijn (nep)slang ‘Harry’ mee naar de Albert Heijn om winkelend publiek te laten schrikken.”

 

Begeleiders gaan ook met cliënten naar de kermis, de dierentuin, de Efteling of zwemmen. „Het is een intensieve en uitdagende doelgroep. Mensen denken soms heel eenzijdig over de gehandicaptenzorg, maar het is juist een ontzettend veelzijdige wereld. Die beeldvorming mag echt veranderen”, benadrukt Wouter.

 

“Wat voor een ander een heel klein stapje is, is voor ons een reuzensprong” (Anja Boterblom)

 

Cello hoopt dat de documentaire en dit interview meer mensen warm maken voor een baan in de gehandicaptenzorg, waar de personeelstekorten voelbaar zijn. Belangstellenden zijn volgens een woordvoerster welkom tijdens een van de inloopmomenten van Cello.

 

Spanning en voldoening

Ursula: „De cliënten zijn zo puur en je weet nooit wat je kunt verwachten. Ik hou van die spanning en het geeft ontzettend veel voldoening.” Voor Anja is het belangrijkste dat haar zoon niet wordt ‘weggestopt’: „Hij kletst tegen iedereen. Hij hoort er gewoon bij en ontwikkelt zich nog. Wat voor een ander een heel klein stapje is, is voor ons een reuzensprong.”

 

===

Meer info

De documentaire is terug te zien via NPO start.

Meer informatie over inloopmomenten is hier te vinden.