Als zorgprofessionals lopen we mee op iemands levenspad. Met veel ruimte voor eigen regie, een centrale rol voor het persoonlijke netwerk en dichtbij als het echt nodig is. Ons vakgebied en onze rol kenmerkt zich door specifieke ervaring, kennis en expertise. Die expertise helpt ons om kwalitatief hoogwaardige, veilige en passende zorg te bieden. Bij Cello werken veel bijzondere mensen met hun eigen expertise. In deze rubriek verdiepen we ons samen met een of meerdere experts in een belangrijk onderwerp. Deze keer vertellen Michelle, voorzitter Centrale Cliëntenraad en Ivo, voorzitter Centrale Verwantenraad over de samenwerking tussen deze twee raden in de Centrale Cliënten- en Verwantenraad (CCVR).
Hoe het begon Ivo kwam ongeveer elf jaar geleden voor het eerst met Cello in contact toen zijn broer op een Cello-locatie ging wonen. Gedreven door zijn ervaringen in de gehandicaptenzorg sloot hij aan bij de verwantenraad om zijn kennis in te kunnen zetten. Inmiddels is hij alweer vijf jaar voorzitter van de Centrale Verwantenraad (CVR).
Michelle begon drie jaar geleden als lid van de Centrale Cliëntenraad (CCR). Toen de vorige voorzitter stopte, besloot ze de uitdaging aan te gaan. “Eerst vond ik het spannend en zag ik het mezelf nog niet doen,” vertelt Michelle. “Maar inmiddels voel ik me heel comfortabel bij deze rol. Ik bijt me ergens in vast, want ik vind het van groot belang dat wij gehoord en serieus genomen worden.”
Wat doen de CVR, CCR en CCVR samen? Binnen Cello zijn er twee centrale raden:
Samen vormen zij de CCVR. De raden vergaderen maandelijks apart, maar trekken veel samen op. Omdat processen in de zorg ingewikkelder worden en de twee raden steeds meer vragen krijgen en betrokken worden, zitten Ivo en Michelle nu elke week samen. Ze stemmen onder andere af wie wat oppakt, ondertekenen brieven en lezen belangrijke beleidsstukken.
Waar houden de raden zich mee bezig? “Met heel veel,” vertelt Michelle. “Eten & drinken, vervoer, het plaatsingsbeleid, zorgtechnologie en huisvesting zijn voorbeelden van onderwerpen waar wij de laatste jaren veel mee bezig zijn geweest, of nog steeds mee bezig zijn.” Bij alles vraagt de CCVR zich af: Wat merkt de cliënt hiervan? Wordt de kwaliteit van leven van de cliënt hier écht beter van?
Luisteren naar de achterban Medezeggenschap gebeurt niet alleen aan de bestuurstafel. De twee raden hebben contact met 12 tot 14 lokale raden op de woningen en parken.”Het is echt pionierswerk. Inspraak geven aan cliënten zit nog niet bij iedereen standaard in het hoofd. Maar op de locaties moet het juist gebeuren,” vertelt Ivo.
Michelle vult aan dat hun werk hard nodig is. “Wij zijn er ook voor cliënten die niet voor zichzelf kunnen spreken. Als iemand op een woonlocatie of dagbestedingsplek aangeeft dat ze zich niet gehoord voelen, gaan wij in gesprek met de begeleiding en de manager. We vinden het belangrijk om dingen bespreekbaar te maken. Cliënten horen over alles mee te praten: van de kleur op de muur tot grote plannen van Cello.”
Mee-denken vanaf het eerste moment Om echt iets te veranderen, moet je er vroeg bij zijn. Bij het maken van nieuw beleid voor plaatsing en vervoer werd bijvoorbeeld een speciale subgroep gevormd: twee verwanten, twee cliënten en twee medewerkers. “Op deze manier maak je er echt een driehoek van voordat het plan klaar is. Als je pas aan het einde ‘ja’ of ‘nee’ mag zeggen, kun je niks meer aanpassen. Vroeg meedenken werkt veel beter. Dit zien wij de laatste tijd steeds beter gaan, daar zijn wij heel blij mee.”
Trots op de resultaten De inzet van de raden levert veel op. Michelle is trots op haar kennis over ingewikkelde onderwerpen. “Bij nieuwe plannen of nieuw beleid komt enorm veel informatie op ons af. Als ik zie hoeveel ik nu van verschillende onderwerpen iets vanaf weet en hoe goed ik en de andere leden van de CCR hierover mee kunnen praten, maakt me dat erg trots.”
Ook Ivo ziet het effect van hun werk. “Onze adviezen worden echt serieus genomen. Plannen worden erdoor aangepast. Dat geeft gigantisch veel voldoening. Je merkt dat we invloed hebben en dat we er toe doen.”
Tips voor de praktijk Voor locaties of teams die meer willen doen met inspraak hebben Michelle en Ivo een paar goede tips. “Vraag hulp,” zegt Michelle. “Laat bijvoorbeeld Corianne, Kim of Tanja eens langskomen om mee te denken. Ook vind ik het belangrijk om te benoemen dat het niet meteen perfect hoeft. Als je er samen over praat en over nadenkt, ben je al op de goede weg.” Ivo vult aan: “Wees open. Informeren en communiceren is de basis. Toon dat je openstaat voor het gesprek en begin klein: inspraak hoeft niet groot te zijn. Samen kijken wat het beste is voor de cliënt, daar gaat het om!