Als zorgprofessionals lopen we mee op iemands levenspad. Met veel ruimte voor eigen regie, een centrale rol voor het persoonlijke netwerk en dichtbij als het echt nodig is. Ons vakgebied en onze rol kenmerkt zich door specifieke ervaring, kennis en expertise. Die expertise helpt ons om kwalitatief hoogwaardige, veilige en passende zorg te bieden. Bij Cello werken veel bijzondere mensen met hun eigen expertise. In deze rubriek verdiepen we ons samen met een expert in een belangrijk onderwerp. Deze keer vertelt coördinerend begeleider en verpleegkundige Annieck over het Mobiel Verpleegkundig Team (MVT).
Het beste van twee werelden Annieck is al vanaf het eerste uur betrokken bij het MVT. Toen zij nog werkzaam was als persoonlijk begeleider, zag ze de oproep voorbij komen. “Er werd gezocht naar BIG-geregistreerde verpleegkundigen voor het opzetten van een Mobiel Verpleegkundig Team. Ik dacht meteen: dit is iets voor mij. Het is de ideale combinatie tussen mijn rol als coördinerend begeleider en mijn vak als verpleegkundige,” vertelt Annieck. “Inmiddels zijn we met een team van 20 verpleegkundigen die allemaal, naast hun vaste werkzaamheden, deze neventaak oppakken.”
De opzet van het MVT is uniek. “Wij plannen onszelf in op basis van aanvragen die via de verpleegkundig planner binnenkomen. De planner zet deze aanvragen in een document, waar wij onze naam bij kunnen zetten. Stel dat ik tot 11.00 uur op mijn eigen woning werk, dan kan ik het zo plannen dat ik daarna nog op pad ga voor het MVT. Je hebt veel vrijheid om aanvragen op te pakken op momenten dat het voor jou logisch is en goed uitkomt.”
“Het is belangrijk om het onderscheid te weten tussen de spoeddienst en het MVT,” legt Annieck uit. “Voor ad-hoc vragen moet je nog steeds bij de Verpleegkundige Medische Dienst (VMD) zijn. Het MVT is er voor de zorg die je vooruit kunt plannen. Daarmee ontlasten we de woonlocaties en de VMD. Als er op een woning bijvoorbeeld een personeelstekort is of er staat die dag niemand die bevoegd is voor een specifieke handeling, dan lossen wij dat op. De bewoner krijgt de zorg die nodig is, en de collega’s op de groep worden ontzorgd.”