Als zorgprofessionals lopen we mee op iemands levenspad. Met veel ruimte voor eigen regie, een centrale rol voor het persoonlijke netwerk en dichtbij als het echt nodig is. Ons vakgebied en onze rol kenmerkt zich door specifieke ervaring, kennis en expertise. Die expertise helpt ons om kwalitatief hoogwaardige, veilige en passende zorg te bieden. Bij Cello werken veel bijzondere mensen met hun eigen expertise. In deze rubriek verdiepen we ons samen met een expert in een belangrijk onderwerp. Deze keer vertellen begeleider IB Femke Baijens, zorgmedewerker Jurre Beekwilder en coördinator Wendy van Nistelrooy over werken in de flexpool.
Het ontstaan “De huidige vorm van de flexpool is tijdens de coronaperiode ontstaan,” vertelt Wendy, die inmiddels vier jaar coördinator is. “We begonnen met een klein groepje dat de covid-cliënten verzorgde om de woningen te ontlasten. Na de piek bleek de behoefte aan ondersteuning zo groot dat we zijn blijven bouwen. Inmiddels zijn we een groep van van 250 collega’s.”
Voor Wendy was de overstap naar de flexpool ook een persoonlijke uitkomst. “Ik werk al sinds 2008 bij Cello, maar als moeder van een jong gezin liep ik vast op de onregelmatige- en slaapdiensten. Toen ik deze kans kreeg, pakte ik het met beide handen aan. Het werk wat ik als coördinator op kantoor doe biedt de balans waar ik op dat moment naar op zoek was.
Flexibiliteit en eigen regie Voor de 17-jarige Jurre was de flexpool de perfecte manier om de zorg te ontdekken. Na het werken in de supermarkt was hij op zoek naar een bijbaan waar hij op zijn manier bij kan dragen aan iemand anders leven. “In de flexpool leer je heel snel omdat je op veel verschillende woningen komt,” vertelt hij. Jurre begon zonder ervaring, maar werd goed begeleid. “Door cursussen en het meekijken met ervaren collega’s kreeg ik steeds meer ervaring en werd het werk steeds meer ‘eigen’.”
Die variatie is ook wat Femke aanspreekt. Na een periode als persoonlijk begeleider op een vaste woning, koos zij bewust voor de afwisseling van de flexpool. “Ik wissel nu af tussen ongeveer vijf vaste woningen. Dit bevalt mij heel erg goed. Je staat niet vijf dagen per week op dezelfde plek, maar je kent de cliënten en collega’s inmiddels wel goed genoeg om je echt nuttig te maken en een band op te bouwen. Je bepaalt zelf waar, wanneer en hoe je werkt. Wil je vier zondagen in de maand werken in plaats van je weekenden verdelen? Dat mag. Je hebt de regie over je eigen rooster.”
Wendy ziet dit vaker gebeuren en is daar trots op. “Onbekend maakt onbemind. Door de Flexpool kunnen mensen rondkijken zonder zich direct vast te leggen. We hebben zij-instromers, mensen uit een heel andere hoek, die via ons ontdekken dat hun hart in de zorg ligt. Zoals een dame die werkt als koerier, maar ondertussen via de certificatenroute wordt opgeleid tot begeleider.Ik ben er onwijs trots op dat mensen zich op die manier blijvend aan Cello verbinden. Dat zijn voorbeelden waar we het voor doen.”
Onmisbare schakel Toch is werken in de Flexpool niet altijd makkelijk. Je moet je als flexer constant aan kunnen passen. “De eerste dienst op een nieuwe plek is altijd even wennen, voor mij, voor het team en voor de cliënten. Je moet je weg vinden in de ‘handleiding’ van iedere woning en iedere individuele cliënt,” erkent Femke. “Maar, als iedereen je eenmaal kent, wordt je met open armen ontvangen.”
Wendy doet daarom een oproep aan de vaste teams op de woningen: “Kijk vooral naar wat een flexer wél kan. Ook al heeft iemand geen zorgdiploma, ze kunnen altijd iets betekenen. Of het nu gaat om ondersteuning bij het ontbijt of een wandeling maken; het ontlast het team. Een warm welkom zorgt ervoor dat een flexer graag terugkomt.”